Joâo met de pet

Volgend jaar wordt er gevoetbald in Brazilië. Er wordt altijd gevoetbald in Brazilië, door heel veel mensen, maar in 2014 hoogstwaarschijnlijk ook door Nederlanders en Belgen. Vooral dat laatste is erg leuk. De Belgen blijven immers al jaren verstoken van voetbal op een eindtoernooi (in 2002 voor het laatst) en hebben nu een als ‘gouden’ omschreven generatie rondlopen waar Nederland jaloers op mag zijn. Eigenlijk is dit helemaal niet leuk, maar meer iets wat we niet zo goed trekken. Het is ‘leuk’ als de Rode Duivels ‘meedoen’, maar ze moeten natuurlijk niet ‘winnen’. Men verwacht dat ze kloekmoedig strijden, maar vroegtijdig afhaken. Vroegtijdiger dan ‘Ons Oranje’ in ieder geval.

Maar die concurrentie tussen ons en onze zuiderburen (ja, ik ga alle bijnamen voor ze gebruiken) is eigenlijk helemaal niet zo interessant (misschien toch niet). Interessanter is dat Brazilië momenteel in vuur en vlam staat. Dat is een karakteristiek die niet per se voorbehouden is aan de huidige onrustige sociaal-politieke situatie in het land, maar ook geassocieerd kan worden met carnaval, samba en de aldaar geutig schijnende zon, stereotyperingen die doen vermoeden dat Brazilianen al hun zorgen collectief en caipirinhas verslindend wegdansen.

Maar nu dus even niet. De inwoners van de, zoals mij op school werd geleerd, economische tijger zijn boos. Het land is doordrenkt van corruptie en sociale ongelijkheid. De economische groei heeft een zichzelf bestuivende elite in de hand gewerkt die zich zonder enige schroom laat onderdompelen in de nouvelle richesses. Zo kocht de zoon van ex-president Lula een vliegtuig van 50 miljoen dollar, terwijl hij daarvoor omgerekend misschien 500 dollar per maand verdiende, aldus Hans Blankenburgh, zakenman in Rio, in een eerder artikel op deze site. Ik ben nooit een rekenwonder geweest, maar ga tegen beter weten in een poging wagen:

50 miljoen dollar per vliegtuig gedeeld door 500 dollar per maand = 100000 maanden. 100000 maanden gedeeld door 12 maanden = 8333,3333 enz. jaren = veel te lang voor wie dan ook om welk vliegtuig dan ook bij elkaar te sparen. Met andere woorden: dat zou zelfs Dagobert nooit lukken. Met andere woorden: als zoon van de president van Brazilië krijg je vliegtuigen ter waarde van 50 miljoen dollar (= ruim 38 miljoen euro, dus dat valt dan weer mee) waarvoor je niets hoeft te doen behalve dat je vader president van Brazilië wordt.

De vraag die dan rijst is: wat heeft Lula jr. nog meer gekregen? Een vliegtuig is toch vooral een extraatje, iets wat je voor Sinterklaas vraagt als het je niet meer zoveel uitmaakt wat je krijgt omdat je verder toch alles al hebt. Eerst vraag je namelijk een Nintendo, dan alle Nintendospellen, dan de Super Soaker, dan een luchtje, dan de lege videobanden en cassettebandjes, dan de Schwarzenegger film, dan de douchegel en sokken (die je niet had gevraagd maar van je oma krijgt, hoewel ze zelf niet eens de deur uit is geweest omdat je moeder het ‘in haar naam’ heeft gekocht. Met een beetje mazzel heeft ze het gedicht wel zelf geschreven) en pas daarna de thuisbioscoop, Aston Martin en/of privéjet. Dat is gewoon níet het cadeau waarmee je begint.

De woede van de Brazilianen is dus wel begrijpelijk, niet in de laatste plaats omdat hun team al jaren armzalig voetbalt. Om volgend jaar wellicht toe te moeten zien hoe aartsrivaal Argentinië onder leiding van de belasting- en tackles ontduikende Messi(as) de wereldbeker één meter zestig de lucht in tilt, wakkert de onlusten alleen maar aan.

Romário, voormalig voetbalheld, is de spreekbuis van de opstandelingen. Brazilië heeft volgens hem twee keer zoveel geld uitgegeven aan het WK als Duitsland en Zuid-Afrika, een land waar de bouw van kostbare stadions (die nu alleen nog worden gebruikt voor concerten van de Afrikaanse Toppers) onder de rook van gewelddadige sloppenwijken het nodige vuvuzelagetoeter deed losbarsten. ‘We hadden 8.000 nieuwe scholen kunnen bouwen, 39.000 schoolbussen kunnen laten produceren of 28.000 sportvelden aan kunnen leggen’, aldus mijn rekencollega Romário. Het is dat, of één vliegtuig voor de zoon van de president.

Het gegeven dat de gemiddelde ticketprijs voor een voetbalwedstrijd tijdens het WK onbetaalbaar zal zijn voor Joâo met de pet en dat de FIFA ter verdere verrijking van de eigen corrupte bobo’s de macht in Brazilië heeft overgenomen stuurt de mensen de straat op. Ze protesteren, gehuld in groen-geel-blauwe vlaggen, en snoeren de mond van het standbeeld van een andere voormalige voetbalheld die ze maant de strijdbijl te begraven en zich te richten op voetbal: ‘het bloed van Brazilianen’. Maar dat is precies waarom ze protesteren, Pelé! Als er één land is waar het voetbal van het volk is, is het Brazilië, en het wordt ze nu afgenomen.

Het zit de Brazilianen hoog. Zo hoog dat België volgend jaar weleens wereldkampioen zou kunnen worden.

Bekijk het artikel op Volkskrant.nl

Walvisgehuil

IJslanders zijn een trots, traditierijk volk. Het is ook een paardenras, maar dat terzijde. Een oud-klasgenoot, met wie ik inmiddels geen contact meer heb, wist na een vakantie te vertellen dat het land gekenmerkt wordt door indrukwekkende natuur en een belezen bevolking. ‘Iedereen zit daar de hele dag in de bibliotheek omdat er geen fuck te doen is,’ aldus de klasgenoot. Mij spreekt het land vooral tot de verbeelding door de muziek van Björk, Sigur Rós en in mindere mate múm. Tijdens het luisteren naar Svefn-g-englar doen de uithalen van Jónsi’s strijkstok op zijn elektrische gitaar me altijd verbeelden hoe het land eruit ziet. ‘Zoals de muziek,’ bedenk ik dan, zintuiglijke functies met elkaar vermengend.

Iets anders waarmee ik het typerende geluid van de band associeer, is het gezang van walvissen; een bedreigde diersoort waarop door nog slechts drie landen in de wereld wordt gejaagd. Eén van die landen is het zojuist door mij tot bakermat van vooruitstrevende popmuziek, intellectuelen en epische landschappen gebombardeerde IJsland.

Volledig in strijd met dit idyllische CV kopte een artikel op deze website eergisteren met ‘IJsland opent walvisseizoen’. Ondanks smeekbedes van de gehele internationale gemeenschap behalve Noorwegen (doen het ook) en Japan (eten het op) weigeren de trotse IJslanders hun eeuwenoude traditie in de ban te doen.

In een poging het rijzende vermoeden dat de IJslandse trots meer neigt naar koppigheid en paradoxale barbaarsheid te staven aan de realiteit, stuit ik op een bericht op een andere nieuwssite van een paar maanden geleden. Hierin wordt beschreven hoe de IJslandse taalcommissie de respectievelijke voornamen Jerry en Baltazar afkeurde omdat niemand op het eiland zo heet en de ‘z’ in het IJslands niet meer bestaat. De letter is uitgestorven, een concept wat voor IJslanders moeilijk vertaalbaar lijkt naar dieren.

Volgens het artikel zijn IJslanders compleet intolerant (koppig) als het om leenwoorden gaat. Zo heet een smartphone een snjall-simí, wat letterlijk ‘bekwame draad’ betekent. Maar deze trots (koppigheid) kan in tijden van nood kennelijk zonder veel moeite in de geiser worden geparkeerd. IJsland is, zoals u zich wellicht kunt herinneren, aan het begin van de immer voortwoekerende crisis praktisch failliet gegaan. In een poging meer toeristen (geld) naar het land te lokken, heeft de plaatselijke VVV vorig jaar een wedstrijd uitgeschreven waarin bezoekers een nieuwe naam voor de eilandstaat konden bedenken. Geen van de inzendingen, waaronder Land-of-endless-sky-land, Niceland en MagnifICEntland, was in de ogen van de commissie krachtig genoeg om het toch wat kil aandoende ‘IJsland’ van de troon te stoten.

Van een land waar taalcommissies kunnen bepalen dat de naam die twee vulkaantrotserende, hoogontwikkelde ouders voor hun kind hebben bedacht niet IJslands genoeg is, terwijl het toeristenbureau de eeuwenoude staatsnaam zonder pardon bijna aan een paar lamme Britten verkoopt, kun je nauwelijks verwachten dat men níet op walvissen jaagt. De walvissen kunnen immers, net als een nieuwe hippe naam, geld opleveren. Alles om het bezoedelde economische blazoen wat op te poetsen.

Heel IJsland telt nog precies één walvisvaarder, genaamd Kristján Loftsson. Deze man vaart volgens Biodiversiteitsorganisatie Pro Wildlife slechts nog uit om zijn quota van 184 vinvissen te halen. De Japanse koelhuizen puilen inmiddels uit van de walvis en verwerken de overschotten tot hondenvoer. Men is verzadigd van walvis. Maar Kristján, zoon van een loft, gelooft het als enige in de wereld niet. Koppig.

De nieuwe regering van IJsland heeft aangegeven niet te zullen stoppen met de walvisvaart, omdat het deel uitmaakt van de traditie van het land, hoe dat land in de toekomst ook mag heten. De jacht zal de komende jaren eerder uitgebreid worden. Daar zal geen Jerry of Baltazar iets aan kunnen veranderen.

Kristján is inmiddels weer uitgevaren. En wat doe ik? Lekker NIET luisteren naar één van mijn lievelingsbands, omdat het geluid van Jónsi’s strijkstok me niet langer doet denken aan walvisgezang, maar aan walvisgehuil.

Bekijk het artikel op Volkskrant.nl

Oh my gully

We hebben al een tijdje niets meer gehoord van ons nieuwsgierige wagentje op Mars. Is het kapot? Is de benzine op? Heeft het een lekke band? Is het erachter gekomen dat Mars eigenlijk toch gewoon een hele, hele saaie, veel minder rode en veel minder Verhoeven-esque planeet is dan we hadden gedacht? Een planeet die uit niet meer bestaat dan stof en net iets andersoortig stof en dan nog een derde soort stof die net ietsje anders zou kunnen zijn, maar dat wellicht helemaal niet is omdat het allemaal stof is en tja, stof best veel op ander stof lijkt?

Verschillende buitenlandse media meldden van de week dat Nasa’s Mars Reconnaissance Orbiter, een soort om Mars rondvliegende robotfotograaf (dat is een bijstelling; ik ben immers bijlesdocent Nederlands), beelden van duinen naar de aarde heeft gewhatsappt waarop lange dunne ‘gullies’ (groeven) te zien zijn die weleens gevormd zouden kunnen zijn geweest door blokken droog ijs. Voorbijgaand aan de vraag of dat ook maar iets uitmaakt voor wie of wat dan ook is een groep wetenschappers in Ameeriekaa volledig wappie van de opwinding aan het experimenteren geslagen. Volgens Serina Diniega, wetenschapper bij NASA’s Jet Propulsion Laboratory en hoofdauteur van de publicatie in het ruimteblad Icarus (weer een bijstelling), lijken de gullies niet op gullies op aarde of op andere gullies die op Mars gevonden zijn. Droge blokken ijs bestaan niet eens op aarde, behalve als je ze koopt, bijvoorbeeld uit het vriesvak van de supermarkt. Volledig in strijd met deze bevindingen zijn de wetenschappers bij wijze van vergelijking dergelijke blokken ijs van duinen in Utah en Californië gaan afduwen om te zien of ze ook zulke gullies konden maken.

Aan de hand van de bij voorbaat al compleet nutteloze uitkomsten van het experiment suggereerden de wetenschappers dat de ijsblokken op Mars zich eventueel wellicht op een vergelijkbare manier zouden kunnen gedragen als die op aarde, maar dan wel gedurende de warme, vroege lente op Mars; een tijd die zich vermoedelijk uitstekend leent voor ijsglijerij. Met de temperatuur- en drukverschillen tussen Mars en de aarde is voor het gemak en het ophouden van de schijn van gedegen wetenschappelijke bewijsvoering maar even geen rekening gehouden.

‘Dr Diniega’ weet te vertellen dat ze er altijd al van heeft gedroomd om naar Mars te gaan en dat ze zichzelf in haar droom nu van een Martiaanse duin ziet snowboarden op een enorm blok droog ijs.

Een co-auteur van de paper weet de relativering van de vondst later onbedoeld te vervolledigen door te stellen dat Mars een hele actieve planeet is, waarop door allerlei verschillende processen gullies gevormd worden en dat sommige van die gullies op de gullies op aarde lijken en andere gullies niet en dat de door de Reconnaissance Orbiter gevonden gullies weleens uniek aan Mars zouden kunnen zijn.

Wat dit alles vooral in me los maakt is de schier onbedwingbare drang om te snowboarden op Mars. Niet dat ik kan snowboarden of het ooit zal kunnen, maar toch. Verder gaan mijn gedachten uit naar het nieuwsgierige wagentje aan de andere, gully-loze kant van de ‘rode’ planeet en hoe zijn thunder wordt gestolen door een ronddraaiende robograaf en een stel wappie wetenschappers.

Hotdog

Dus als ik het goed begrijp, en mits Edward Snowden geen voorliefde voor fungi met hallucinerende werkingen heeft, zit er op dit moment iemand in de Mormoonse woestijn van Utah achter een scherm deze zin te lezen (oké, waarschijnlijk geen echt persoon, maar ten bate van dit stukje doe ik even alsof van wel, want dat is leuker, let maar op).

Amerikanen vinden het totaal niet erg dat ze worden afgeluisterd en afgekeken. De overheid mag van hen in het kader van de nationale veiligheid zelfs nog verder gaan en alle online activiteiten checken. Veiligheid is het kernwoord. Voor ‘veiligheid’ geven mensen een begrip als ‘privacy’ kennelijk zonder problemen op. Wat is privacy eigenlijk nog, in een tijd waarin iedereen met een computer en een internetverbinding en een telefoon en een gezicht en handen er vrijwillig voor kiest om de volledige totstandkoming en ervaring van een baby of nieuwe baan of vakantie of ‘hè shit, de brug staat open, heb ik weer’-drama te delen op sociale media? Sociale media die volgens allerlei academici overigens totaal niet sociaal zijn maar het individualisme juist in de hand werken wat een herhaling van de vraag ‘wat is privacy eigenlijk nog’ aan het begin van deze zin volledig legitimeert, neen, onontkoombaar maakt?

De Amerikanen zal het dus een hotdog wezen. Nou, mij niet! Ervan uitgaande dat mijn persoonlijke data analyst (spion) geen Nederlands spreekt of leest en dit hele stuk dus met een Fatte Van Daley op z’n schoot door de vertaling haalt, kan ik niet anders dan vermoeden (vrezen) dat mijn taalkundige spitsvondigheden het loodje leggen (they lay the lead? Ik bedoel maar). Ik neem immers aan dat daar geen Nederlandse snuffelstagiair van de AIVD zit die ‘het echt superleerzaam vindt’ en ‘echt supererg hoopt’ dat ze ‘m een baantje aanbieden. In Utah zitten ze sowieso niet op Nederlanders te wachten, me dunkt.

Al met al is het een nogal onduidelijke situatie. We weten eigenlijk niet wat ze precies weten of kunnen weten en de meesten onder ons weten al helemaal niet wat we daarvan moeten vinden. Hoe kun je ook iets vinden van iets wat je nauwelijks weet of kunt weten?

Bovendien heeft Snowden volgens verschillende media zojuist uitgecheckt en weet NIEMAND waar hij is, iets wat de betrouwbaarheid van de informatie die de media naar buiten brengen niet ten goede komt. Als er ook maar iets klopt van wat de klokkenluider beweert aan de hand van zijn PowerPointpresentatie zou er nu toch een grootschalige klopjacht á la Jason Bourne op handen moeten zijn waarbij alle elektronische middelen worden ingezet om deze vrijbuiter aan de schandpaal te nagelen. Sterker nog, voor zijn geloofwaardigheid is het beter als Snowden zo snel mogelijk wordt opgepakt!

Voor mij is één ding wel duidelijk. Ik ben al een tijdje op zoek naar een groter publiek voor mijn stukjes, dus JihadObamaNoord-KoreaMonsantoX-FilesLadyGagaNixon

NSA, CIA, AIVD, PSV, doe geen moeite.
Mijn Facebook-pagina: https://www.facebook.com/krullie83
En mijn website: https://remcoderidder.nl/

Tot ziens/afluisterens.

Bekijk het artikel op Volkskrant.nl

All style, no substance

Mannen met stoppelbaarden op vintage racefietsen met suède puntschoenen onder strakke beige broeken onder geruite shirts onder wollen vesten.

‘Ik drink Beck’s, maar als het even kan Berliner of Pabst. Je hoeft mij niets te vertellen.’

‘Dat probeer ik ook niet.’

‘Akkoord…’

Mannen met een iPhone ‘maar ik draai lp’s’. Mannen met whisky. Mannen met een vergeeld notitieboekje en een pen maar zonder enig benul. Benulloze mannen.

‘Ik hou ontzettond van jazz. Djjjaaazzzss,’ zei hij medeklinkers verkwistend.

‘Mijn moeder luisterde naar jazz. Muziek van de duivel noemde haar vader het.’

‘So What?’

‘Tu-tudu-dudu-dudu-du…’

Met zevenmileslaarzen naar het refrein. Hoewel, alles is improvisatie. Maar de mannen met de getrimde snorren en bakkebaarden zijn een en al stijl en enige spontaan bedachte gedachte vreemd.

In het eerste jaar van mijn studie, nog voordat deze van naam en ik van stad veranderde, onderging ik in een interesse veinzende werkgroep het aanleren van academische vaardigheden (die overigens jaren later op geen enkele manier meer van pas kwamen, daar ze waren vervangen door een nieuwe set regels, zogenaamde onaantastbare regels, die met regelmaat werden aangepast). De docent was een vrouw en zei over Fight Club ‘all style, no substance’. Toen had er een belletje moeten gaan rinkelen. Toen had ik de biezen moeten pakken.

Ik zag haar laatst fietsen, alsof er niets aan de hand was. De IB-groep denkt daar helaas anders over.

‘Ik hou ontzettond van jazz.’

‘Wie niet?’

‘Je opa.’

‘Akkoord.’

Waarom de wereld verging (met her en der cynisch commentaar)

Eigenlijk hadden we het allang kunnen zien aankomen. Eigenlijk was het totaal geen verrassing. Het was dan ook al aangekondigd door een aan de eigen Apocalyps bezweken indianenstam (maar laten we eerlijk zijn, wie geloofde dat nou echt?).

We hadden het kunnen zien aankomen. Misschien wel moeten. We hadden er immers volop gelegenheid voor.

Bijvoorbeeld toen een minderjarige, hermafrodiete popster ziek van uitputting het podium onder zijn danslaarsjes onderkotste.

Of toen er om 4 uur ’s nachts bijstandmoeders met kinderwagens in de rij stonden voor de nieuwe iPhone.

Of die keer dat een klein negerjongetje werd gebruikt als inzet van een nationaal debat over immigratie en het bijna heilig verklaarde Nederlands staatsburgerschap.

Of die keer dat tientallen ouders in Amsterdam een beschadigd kind terugkregen omdat iemand genaamd M. (niet die van James Bond) gewoon het een en ander voelde (wat hij zelf ook niet handig vindt, maar ja hij voelde het nou eenmaal) waardoor een heleboel andere mensen nu ook van alles voelen en hij maar beter voor altijd verstoppertje kan spelen.

Of o ja! Die ene keer dat een Somalisch meisje van 13 werd gestenigd omdat ze was verkracht door een groep soldaten (DOM!).

Of die keer dat een naakte man op een snelweg in Florida het gezicht van een dakloze opat (moet je maar geen dakloos gezicht hebben!).

Of die keer dat Amerikaanse soldaten over een hoopje Afghaanse lijken pisten (moet je maar geen Afghaans lijk zijn!).

Of die ene keer dat Oostenrijkse Fritzl zijn dochter 24 jaar gevangen hield in een kelder en haar aan de lopende band bezwangerde (moet je maar geen incestueuze vader met een kelder hebben!).

Of die keer dat laatst een grensrechter bij een amateurwedstrijd door twee pubers werd doodgeschopt (moet je maar beter vlaggen!).

Of die keer dat afgelopen vrijdag op een basisschool in Newton (niet die van de zwaartekracht) twintig kinderen kapot werden geknald (moet je maar kogels kunnen ontwijken à la Neo!).

Of die keer dat Michael Jackson.

Of die keer dat Willem Holleeder op tv.

Of al die mensen al die keren bij Jerry Springer.

Of die talentenjachten.

Reality shows.

Joran van der Sloot.

Britney Spears.

Scientology.

Anders Breivik.

Fox News.

Frikadellen.

Badr Hari.

Bernie Madoff.

Kebab.

Two girls and a cup.

Nee, eigenlijk was het helemaal niet zo gek dat de wereld op 21 december 2012 verging.

Van onze verslaggever

Mensen zijn massaal op Haren afgekomen om de verjaardag van een 16-jarig meisje te vieren. Een Facebook event wat per ongeluk voor iedereen zichtbaar was, trok duizenden raddraaiers naar het dorp in Groningen. De ingezette politiemacht werd volgens een verslaggever van de BBC met stenen, flessen, bloempotten en fietsen bekogeld. Onder de plaatselijke bevolking brak bij een enkeling letterlijk ‘de klomp’. Molens zijn met de grond gelijk gemaakt en de dorpsstraat veranderde geleidelijk in een rode zee van platgetrapte tulpen.

De rellen hebben zich inmiddels naar het buitenland verspreid. In Engeland gaan mensen elkaar te lijf met scones en fudge. Enkele leden van de koninklijke familie vonden hun dood in een zee van Earl Grey, terwijl Bobby’s uitgerust met schilden een spervuur aan fish & chips probeerden te pareren.

In Parijs worden toeristen de hersens ingeslagen door geflipte boulangers met gepantserde baguettes. Twee gezette vrouwen spreken van een slachtpartij, waarbij het bloed en de wijn in de Seine niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.

In verschillende dorpjes in Italië steekt men elkaar de ogen uit met pizzapunten. Vrouwen worden vastgebonden met tagliatelle, alvorens ze onder dwang alle opera’s van Verdi uit het hoofd leren.

Japanse ziekenhuizen stromen langzaam vol met in zeewier gerolde en in plakrijst stikkende kinderen. Chirurgen trachten in de walm van rottende vis de snorharen van oude mannetjes te ontdoen van gember en wasabi. Op straat proberen studenten elkaar met karate en karaoke te neutraliseren.

In Amerika worden aanhangers van Scientology onderworpen aan colaboarding. Mitt Romney zit in een hotdog-dwangbuis dag en nacht naar Keeping up with the Kardashians te kijken.

De inwoners van Pamplona zijn door een kudde wilde stieren vertrapt tot albondigas in tomatenrode bloedsaus.

Milka-koeien rollen in een lawine van zuivel de Zwitserse Alpen af, elk skidorp op hun weg verpletterend.

De Griekse minister van Financiën is verwerkt tot gyros, de euro tot tzatziki.

Duitse jongeren gaan elkaar te lijf met flessen Berliner Pilsner.

De hele wereld is een slagveld. Alles, iedereen gaat kapot.

En dat allemaal door Facebook. Facebook!

Bovenstaande leidt tot slechts één conclusie, eenduidig en onomwonden: met z’n allen als de sodemieter terug naar Hyves.