In het Verenigd ootje

De ‘outrage’ in het Verenigd Koninkrijk om de strapatsen van Dominic Cummings is te begrijpen. Voor wie het heeft gemist: Vorige week bleek dat Cummings, topadviseur van Boris Johnson, eind maart de mede door hemzelf opgestelde lockdown-regels overschreed door met zijn vrouw en kind naar een familieboerderij in Durham te rijden, 260 mijl van Londen, om zich met zijn gezin te isoleren bij zijn ouders. Zij konden eventueel voor zijn zoontje zorgen, mochten hij en zijn vrouw daar door de ziekte niet meer toe in staat zijn. Later bleek dat hij nog wel vaker op en neer was gereden, en in zijn verweer tegen de storm aan kritiek stelde hij dat een van die ritten een ‘testrit’ was om te kijken of hij wel kón rijden. Covid zou zijn zicht hebben aangetast. Britten die al twee maanden thuiszitten, en van wie velen familieleden zijn verloren die ze niet konden bezoeken of begraven, zijn zwaar over de zeik. En terecht.

De focus ligt vaak op Amerika en het nog steeds verbazingwekkende gedrag van haar politiek leider(s), maar in het VK is het natuurlijk ook al tijden een ‘shitshow’ zonder weerga.  Vooral daar is de afstand tussen de (politieke) elite en ‘het volk’ enorm. Zowat elke politicus komt van een private school – meestal Eton – en de rest van de bevolking heeft geen tanden. Uiteraard een grove overdrijving, maar het punt is dat de Britse volksvertegenwoordigers geen enkele voeling hebben met het volk dat zij vertegenwoordigen.

Het drama rond de Brexit toonde vooral onderlinge wrevel en de complete absentie van saamhorigheid onder politici. Het volk had iets gekozen, zonder goed te weten wat, met jarenlang bekvechten tot gevolg. Nu is er dan een regering, eentje met het mandaat om Brexit door te voeren, en blijkt uit het omgaan met een heel ander soort crisis – een humanitaire – dat die weinig op heeft met haar electoraat. Men voelt zich en masse in het ootje genomen en dat gevoel zou weleens op één lijn kunnen liggen met de realiteit.

Het verschil tussen de VS en het VK is dat Donald Trump zich in ieder geval nog gedraagt zoals hij is: een ongemanierde demagoog zonder stijl of historisch besef. Met name Engeland is het land van de tradities. Van bescheidenheid en beschaving. Maar de ordinaire hufterigheid ligt daar nu al enige tijd in zijn blootje op straat. Dat was voor de buitenwacht ook het amusante aan de Brexit-saga: hoe een natie gebouwd op schone schijn in rap tempo haar mantel van beschaving verloor. Nu maakt die nog immer heersende zweem van voornaamheid de situatie alleen maar potsierlijker.

John Wilson, een man die zijn vrouw eind maart aan Covid-19 verloor, schrijft in een open brief aan een parlementslid dat hij door de lockdown niet bij zijn zieke vrouw kon zijn in de twee weken voordat ze stierf en haar niet meer heeft gezien voordat hij haar as ophaalde. Hij bleef onder zware emotionele omstandigheden thuis, voor het welzijn van zijn medeburgers. Wilson, en velen met hem, vinden het onverteerbaar wat Cummings heeft gedaan. Dat Johnson hem vervolgens in bescherming heeft genomen omdat hij te belangrijk voor hem is maakt ze nog kwader.

Na het lezen van de brief zag ik een fragment van Skynews waarin een parlementslid een vraag van de bisschop van Leeds voorgelegd krijgt: ‘Moeten de mensen in Groot-Brittanië het leugenachtige en manipulatieve gedrag van de premier en de zijnen zomaar accepteren?’

‘I wish him well’, antwoordt de politicus.

 ‘My goodness, is that all you have to say?’ vraagt de presentator met ingehouden verbazing.

‘I wish him well,’ herhaalt de man stoïcijns.

Een bepaalde terughoudendheid en snobisme hebben het Brits-zijn altijd getypeerd, maar in combinatie met de blinde schaamteloosheid van de huidige regering en het dedain voor haar burgers is het niet meer dan gênant.

Ex Amsterdam

De film Vanilla Sky (2001) maakte al voor de release furore met een shot van een verwarde Tom Cruise, rennend over een leeg Times Square. Dat shot was de ultieme teaser van een toen moeilijk te begrijpen film die mijn cinefiele vrienden en ik briljant vonden, ondanks dat we hem dus niet echt snapten. De film was laatst op tv en heeft de tand des tijds niet doorstaan, maar ik moest er wel aan denken toen ik zaterdagmiddag, normaal de piekdrukte, een rondje door Amsterdam fietste met de camera over mijn schouder.
 
Zo vaak maken we dit natuurlijk niet mee. Dat is maar goed ook, wilde ik eraan toevoegen, maar ik zie ook de merites van een geforceerde stap terug. Daarbij houd ik er rekening mee dat dit in de toekomst misschien nog wel vaker gaat gebeuren. Dit virus ‘is here to stay’, melden de kenners, en wie weet is dit nog maar het kleine broertje uit het gezin en stuurt hij binnenkort zijn grote broer op ons af omdat we zo onaardig tegen hem waren. Dat hoeft trouwens niet zoveel te zeggen. Het kleine broertje in ons gezin heeft al een sloop- en actieradius die zijn grote broer af en toe tot wanhoop drijft.
 
Omdat ik in Amsterdam-Noord woon moet ik tegenwoordig altijd naar de stad tóe, terwijl ik er voorheen middenin zat. Tussen mijn huis en het NDSM-gebied is het altijd rustig, maar tijdens de vaart met de pont bekroop me het naargeestige gevoel dat we naar een dode stad voeren. Een plek waar de mensen zich niet verschuilen, maar verdwenen zijn. Eenmaal aangemeerd bij Amsterdam-Centraal verdween dat gevoel niet helemaal en toen ik de verlaten bouwput voor het station zag werd het zelfs versterkt.
 
Het Damrak lag erbij als op een autovrije 1 januari, maar dan in de ontkiemende lente, en nog in het tijdperk voorafgaand aan vergaande globalisatie. Op De Dam stonden wel wat mensen, maar die leken meer op de kruimels in een afvoerput dan op toeristen met een doel. ‘Alles is dicht,’ riep een jongen met Amsterdamse tong tegen zijn vriend. Ook de inheemse bevolking liep er verdwaasd bij.
 
Op de naargeestigheid volgde een soort liefdesverdriet. Alsof ik na een niet goed afgesloten relatie mijn ex opzocht in de hoop iets van de oude magie te hervinden, maar erachter kwam dat ze al over me heen was, of er niet meer was. Het stemde melancholisch, alsof er echt iets voorbij is, terwijl ik ook weet – en hoop – dat dit niet voor altijd zal blijven duren. Maar zelfs met die wetenschap voelt het alsof er iets weg is wat niet terug zal keren, althans, niet in de vorm die het had.
 
Deze crisis gaat ons veranderen, dat doet het al. Op welke wijze kunnen we nog niet overzien, zoals de rups in de cocon nog niet weet dat hij als een vlinder zal herrijzen. Maar herrijzen zullen we, hoe groot Covids broer ook is. Daarvan verzekerde het in de zon glinsterende grachtenwater me, de in de wind wiegende bomen rond het Museumplein. Maar dit viel ook luguberder te interpreteren; als de natuur die ons uitzwaaide.
 
Om toch positief/humorvol af te sluiten wilde ik, naast een selectie van de foto’s die ik heb gemaakt, nog een paar observaties delen.
– Het is stil in de stad, waardoor sommige geluiden extra opvallen. Zo is het getik van stoplichten, om mensen met een zichtbeperking te helpen oversteken, loeihard.
– Er zijn nog veel meer duiven in Amsterdam dan ik dacht. Door de stilte hoorde ik ze voorbereidingen treffen voor het plegen van een coup.
– De muzikanten op de Dam spelen vals. In ieder geval degenen die er nog staan.
– Niet alleen het heelal dijt uit, ook de bouwputten in de stad. Zelfs nu er niemand is kun je bijna nergens langs.
– Een stad is niets zonder mensen.

Apocalyptische regenballen

Ik wilde dit stuckje beginnen door te stellen dat ik niet bang ben aangelegd, maar besefte op tijd dat dat totaal niet waar is. Ik heb er zelfs een heel boek over geschreven, die angst, dus het zou gek zijn als ik nu iets anders ga beweren. Ik doe alsnog veel dingen die ik eng vind en ben in sommige situaties misschien helemaal niet zo bevreesd als ik denk, maar de angst is er, verhinderend of latent. Ook/juist nu zowel zieke als niet zieke mensen in de greep zijn van een virus.

Het was gisteren papadag en te midden van de kinderkakafonie besloot ik de persco van Rutte toch maar even aan te zetten. Terwijl hij uitsprak dat evenementen met meer dan 100 mensen worden afgelast en iedereen aanraadde vooral thuis te blijven barstte de hemel open. Druppels als kauwgomballen spatten uiteen op onze ruit, misschien was het wel hagel. Ik dacht aan alle stormen van de afgelopen maanden, de opwarmende aarde, stijgende zeespiegel, onuitroeibaar racisme, geweld en alles MH17 – wat door de start van het proces tegen de vier verdachten deze week weer naar de oppervlakte van het bewustzijn drijft – en kon me niet aan de indruk onttrekken dat de Apocalyps nabij is.

Dit was tevens het moment waarop ik besefte dat ik in mijn leven te veel films heb gezien waarin de wereld aan haar einde komt, maar verdomd, nu zou het nog gaan gebeuren ook. ‘De mensheid verdient dit,’ sprak ik hardop uit, terwijl mijn zoontjes aan mijn broekspijpen trokken. Het is het gevolg van onze arrogantie, ons gebrek aan respect voor de natuur en voor elkaar en het tanende besef dat wij zelf deel uitmaken van die natuur, waaraan we nu op hardhandige wijze worden herinnerd.

Maar deze noodlottige gedachtes ontwikkelden zich vervolgens tot iets hoopvollers, naar: ‘Dit is wat de mensheid nodig heeft.’ Omdat de hele wereld op het moment in de ban is van hetzelfde fenomeen is er meer eenheid dan ooit, zo ervaar ik dat tenminste. Verbondenheid in zorgen om de toekomst, al is het maar om één van de vele prangende zaken waar we ons collectief zorgen om zouden moeten maken.

Er zijn mensen die zeggen dat het tot stilstand komen van de wereld, of van het krioelen van de mens over die wereld, ons een moment van bezinning kan bieden. Het afbuigen van de besmettingscurve is de grote oefening in mindfulness waar we als soort zo aan toe zijn. Ik betwijfel dat. Niet de behoefte aan pauze, maar aan het heilzame effect van gedwongen mindfulness. De mensen die al mindful leven of daarvoor openstaan zullen inderdaad nog ‘mindfuller’ worden. Maar de mensen wie dat vreemd is, zij die over lijken gaan om hun doel te bereiken, zullen de crisis als gevolg van het virus slechts uitbuiten. Kijk maar naar Trump, die de uitbraak in de VS aangrijpt om Europa te dissen met een politiek symbolisch inreisverbod. Ondertussen neemt het land nauwelijks maatregelen om het virus binnenshuis in te dammen en is het voor de meeste Amerikanen onbetaalbaar om zich te laten testen op corona, of om zich te laten behandelen indien ze het hebben.

Dagelijkse persconferenties en uit de lucht vallende regenballen ten spijt wil ik niet doemdenken, maar je gaat er wel van denken. Verschillende scenario’s schieten door mijn hoofd, van wel en nog niet bestaande films. Ik voel eenheid, saamhorigheid misschien wel, vanwege het gemeenschappelijke belang, maar beweeg me voorlopig op microniveau: thuis, met de kinderen dansend aan mijn broekspijpen, met een rationele hoeveelheid wc-papier, paracetamol en pasta in de voorraadkast. Genoeg om mijn angsten te bedwingen en anderen die mogelijkheid niet te ontnemen.

Lees het artikel op de website van Het Parool