BUK-bed

Onder de noemer ‘Buitenlands nieuws’ publiceerde VK zondag via de digitale kanalen een artikel over een kinderbed in de vorm van een BUK-raket, vervaardigd door een Russische meubelmaker. Het was een bericht dat in eerste instantie kwaad maakt om de inhoud, maar vervolgens vooral om het bestaan van het bericht zelf. Waarom is dit nieuws? Waarom moet dit op de voorwebpagina van een landelijke krant? De vragen zijn retorisch, want het antwoord is ‘klikken’. Mensen moeten klikken op het artikel, want een klik is een bezoeker, en een bezoeker is geld, ook al blijkt de nieuwswaarde van het bericht vervolgens onder het vriespunt te liggen.

Deze devaluatie van nieuws zien we op social media al langer terug. Daar moeten de berichten kort, korter, kortst, want dat is de aandachtspanne van een Facebookscroller ook. Serieus nieuws wordt in overpopulair taalgebruik aan de man gebracht en de lat voor wat een nieuwsmedium überhaupt zou moeten plaatsen ligt steeds lager. Filmpjes van huilende Syrische reddingswerkers zijn nog tot daaraan toe (ja, het is daar een tragische, onophoudelijke bende, maar wat voegt het persoonlijk verdriet van deze man toe aan die kennis?), maar het BUK-bed is voor mij een dieptepunt. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat ik nabestaande ben van een zus die met haar gezin omkwam bij de vliegramp.

Natuurlijk is het razendmakend dat een Rus dit bed maakt, laat staan koopt, maar die razernij zou zich moeten richten op de Russische politiek die na overtuigend, zowat sluitend bewijs van schuld aan de ramp glashard blijft ontkennen. Dat in dat land propaganda wordt aangewend om de bevolking te manipuleren betekent dat wij dat vooral níet moeten doen. Trots was ik als Nederlander op de manier waarop het bewijs vorige week werd gepresenteerd: geduldig, gedegen, helder en respectvol. Deze trots blijkt een krachtige tegenhanger van de nog altijd aanwezige woede en het verdriet. Een bericht over beledigende, Russische meubelwaar doet niets anders dan die emoties versterken, zeker als het inhoudelijk niets toevoegt aan een groter begrip van de situatie.

Nieuwship

De hoeveelheid nieuwsberichten rond de ramp met vlucht MH17 is de laatste tijd, zoals dat gaat, behoorlijk geslonken. Betekent dat dat er geen noemenswaardige ontwikkelingen meer zijn of is het onderwerp gewoon niet nieuwship meer? Die term bestaat niet en hij is ook best lelijk (taalkundig gezien), maar dat is wel hoe het werkt. Dat is namelijk hoe alles werkt, ook het nieuws.

De oorlog tegen IS, die zich inmiddels op het grensvlak met Europa afspeelt, staat nu al een tijdje op 1 in de nieuws top-10. Nu de herfst haar intrede heeft gedaan en de supermarkten bruin kleuren van het chocolade alfabet, wordt ook de discussie rond Zwarte Piet weer uit het vet gehaald. De vorige discussie heeft immers weinig opgeleverd, los van een patstelling tussen zij die de secondant van de Sint zien als een racistisch fenomeen en zij die hem beschouwen als niet meer dan onderdeel van een oer-Hollandse traditie waaraan niet mag worden getornd.

Ik heb me vooralsnog redelijk afzijdig gehouden van deze discussie, maar vermoed dat vroeg of laat iedereen een kant zal moeten kiezen, kijk maar naar Albert Heijn. Het is niet zo dat de discussie me niet boeit, integendeel. Hij wordt simpelweg overschaduwd door wat er op 17 juli met dat vliegtuig is gebeurd. Premier Rutte beloofde ons ‘de onderste steen boven te zullen krijgen’. De laatste weken blijft het echter angstvallig stil. Af en toe verschijnt er een bericht over het aantal geïdentificeerde slachtoffers, maar van repercussies of de identificatie van schuldigen is geen sprake.

Britse burgerjournalisten hebben aan de hand van wat ze op internet hebben gevonden zo goed als bewezen dat Rusland verantwoordelijk is voor de ramp (wat we eigenlijk al wisten), maar hier hebben we via de ‘officiële kanalen’ al een tijdje niets meer gehoord. Via ‘onofficiële kanalen’ is dat wel anders. Zelfs als je op een gemiddelde woensdagavond nietsvermoedend naar ‘Pauw’ kijkt, kun je ongevraagd en onverwacht geïnformeerd worden over de ramp. Zo kun je tijdens de uitzending van Frans Timmermans te horen krijgen dat één van de slachtoffers was gevonden met een zuurstofmasker op. Een dergelijk bericht zet je aan het denken. Het veroorzaakt onrust. Het druist namelijk in tegen eerdere berichten dat de passagiers van het vliegtuig door de impact van de raket en het wegvallen van de druk binnen een paar seconden buiten westen moeten zijn geweest.

Ik zit ook weleens in een vliegtuig. Wanneer een steward of stewardess voor het opstijgen uitlegt en uitbeeldt wat we moeten doen in geval van nood, denk ik altijd twee dingen: 1. Er gebeurt toch niks en 2. Als er iets gebeurt, vraag ik me af of ik nog de beheersing heb om zo’n mondkapje op te zetten. Dat lijkt me onder neerstortende omstandigheden best moeilijk. Misschien heb je mensen die daar heel goed in zijn. Misschien was de bewuste Australiër (want dat was het, zo heeft het OM na alle commotie vermeld) gezegend met een soepele, vlotte motoriek en was hij als enige in staat om het masker binnen die één a twee seconden van bewustzijn over zijn mond te schuiven. Misschien ook niet. Misschien waren de verhalen over het wegvallen van de druk en het onmiddellijke verlies van bewustzijn wel een beetje bedoeld als troost en zijn de passagiers zich wel degelijk bewust geweest van wat er gebeurde. Eén iemand waarschijnlijk dus wel.

Na de toespraak van Frans Timmermans bij de Verenigde Naties was iedereen vol lof. Eindelijk zei iemand waar het op stond! Eindelijk wat emotie! Hij sprak toen ook over geliefden die, terwijl ze elkaar vasthielden, de dood in de ogen staarden. Ook dat was in strijd met de verhalen van experts, maar werd toen door de vingers gezien omdat hij ons land, en onze pijn, zo goed vertegenwoordigde op het internationale politieke toneel.

Gisteren floepte hij er, na doorvragen van Jeroen Pauw, dus uit dat iemand een zuurstofmasker om had. Dat was niet zo handig, maar valt hem wel te vergeven. Dat nabestaanden deze onbevestigde informatie vervolgens via zowel sociale als journalistieke media moesten vernemen is wel kwalijk. Het valt vooral het Openbaar Ministerie te verwijten dat deze informatie niet direct, via de officiële kanalen, aan de nabestaanden is overgebracht.

Valt de media nog iets te verwijten? Niet echt. Dit is gewoon hoe het werkt. Een emotionele minister zegt iets in een late-night talkshow en men duikt er massaal op. Het onderwerp is weer nieuwship en keert met stip terug in de nieuwsTop-10. Totdat de Turks-Syrische grensstad Kobani valt natuurlijk. Of totdat kinderen met lege schoenen woedend de straat op gaan, omdat Sinterklaas uit protest ons land dit jaar overslaat.

Houvast

Het is nu woensdag, bijna twee weken na de ramp, en de carrousel draait door. Er zijn ook weinig aanwijzingen om te denken dat deze binnenkort zal stoppen met draaien. Ongeveer 200 lichamen zijn vorige week naar Nederland gebracht en hier met indrukwekkend ceremonieel ontvangen. Ik las ergens dat daarmee de ontering van de lijken op de rampplek enigszins is hersteld. Ik vind het moeilijk om dat zo te beschouwen. Alles aan de ramp is van zo’n onmetelijke, niet te overziene proportie dat het een nogal zotte aangelegenheid lijkt om zaken tegen elkaar weg te strepen. Wat er de afgelopen 12 dagen is gebeurd is onvergelijkbaar. De (emotionele) nasleep ook.

Dat laat onverlet dat de dag van nationale rouw diepe indruk heeft gemaakt. Toen de dag op dinsdagavond werd afgekondigd wist ik niet goed wat te verwachten. Zijn de winkels dicht? Heb je vrij van werk? Het concept van nationale rouw kennen we vooral van het buitenland. Zo werden vorige week in Frankrijk drie dagen van nationale rouw afgekondigd naar aanleiding van de vliegtuigcrash in Mali. In Brazilië gebeurde dat in 1994 om het verongelukken van Ayrton Senna, een sportheld en maatschappelijk icoon. Zouden wij dat ook hebben gedaan als Cruijff op de top van zijn kunnen was ineengestort op een voetbalveld?

Waarschijnlijk niet. Dit was immers pas de tweede keer in onze geschiedenis dat we nationaal rouwden. De eerste keer deden we dat na het overlijden van koningin Wilhelmina in 1962. Nu, 52 jaar later, om het verlies van (inmiddels) 195 landgenoten bij een vliegramp boven een Oekraïense brandhaard. Vanuit Oekraïens perspectief dan. De separatisten zullen immers beweren dat de tragedie boven Russisch grondgebied heeft plaatsgevonden.

Bij ons geen drie dagen van collectief verdriet, maar één dag waarop de vlaggen halfstok hingen, de muziek in winkels uitstond en er door het hele land herdenkingsbijeenkomsten plaatsvonden. We rouwden op Nederlandse wijze: ingetogen en sober. Het medeleven op nationale schaal was indrukwekkend. De ceremonie op het vliegveld van Eindhoven met gechoreografeerde kistendragers en de colonne lijkwagens ging door merg en been.

Na de dag van nationale rouw kwamen er nog drie keer twee vliegtuigen terug met menselijke resten. En drie keer was er hetzelfde ceremonieel. De terugkomst van de lichamen betekende eveneens de start van het identificatieproces. Voor de nabestaanden is het nu afwachten, in de wetenschap dat dat wachten wellicht nooit ‘beloond’ zal worden. Misschien komen de familierechercheurs volgende week met nieuws dat één of meer leden van het gezin geïdentificeerd zijn. Voor hetzelfde geld gebeurt dat niet en horen we rond kerst dat ze er niet tussen zitten. Ook dan zal er een afscheidsceremonie plaatsvinden, maar op welke manier dat zal gebeuren en hoe die zal bijdragen aan de verwerking is nu moeilijk in te schatten.

Er zijn dus nog veel vragen. In de hoop op antwoorden volgen we nauwgezet het nieuws. Zullen de onderzoeksteams binnenkort en veilig de rampplek kunnen bezoeken? Komen de daar achtergebleven menselijke resten nog terug? Leren we meer over de precieze toedracht van de ramp? Op deze manier blijf je zoeken naar houvast in een uitzichtloze situatie. Je bekijkt ieder nieuwsbulletin in de hoop dat je informatie krijgt waarmee je verder kunt. Dat er schot zit in de zaak. Dat je meer te weten komt over hoe dit heeft kunnen gebeuren. Over de nasleep ervan. Maar uiteindelijk blijft je achter met je verdriet omdat ze weg zijn en nooit meer terugkomen. Dat is pure ellende zonder mogelijkheid op een betere uitkomst.

De vraag die mij de afgelopen dagen het meest bezighoudt, is hoe het mogelijk is dat we in een wereld leven waarin je enerzijds vervuld van vreugde in de waterige oogjes van een pasgeboren kind kan kijken en hoe anderzijds een heel gezin, samen met honderden anderen, op onverbiddelijke wijze uit het leven kan worden gerukt. Hoe relaties, opgebouwd over lengte van decennia, binnen een fractie van een seconde kunnen worden gereduceerd tot een herinnering. Dat wij deel uitmaken van een realiteit waarin dát tot de mogelijkheden behoort, is iets waar ik niet bij kan. Dat is wat het ‘niet te bevatten’ maakt. Desondanks is het wel gebeurd. Te moeten leven met die wetenschap is ongekend wreed.