Visboer

Bij de visboer dringt een man voor die twee garnalenkroketten bestelt. Hij doet het tegelijk: voordringen en bestellen.
 
‘Mag ik twee garnalenkroketten, schat?’ zegt hij tegen de visboer die twee garnalenkroketten pakt en in de frituur doet.
 
‘Noem je Hans nou schat?’ vraagt de verkoopassistente, die blond en wulps en altijd heel vriendelijk is.
 
‘Mag dat soms niet?’ vraagt Hans, die zijn handen op de schouders van zijn assistente – ik weet haar naam niet – legt en de voorgedrongen klant lachend aankijkt.
 
‘Ben je homo geworden?’ vraagt Hans hem.
‘Homo? Ik ben allang homo geweest!’ roept de klant.
 
De visboer aka Hans lacht nog steeds en loopt terug naar de hoek waar hij haringen stond schoon te maken. De verkoopassistente lijkt niet alles te begrijpen en zegt iets Volendams tegen Hans. Die volendamt terug. Dat begrijp ik dan weer niet.
 
De klant schuifelt naar de hoek van de kraam waar Hans met zijn kenmerkende gebogen houding haringen onder handen neemt. Zo zag ik hem ook eens enorme hoeveelheden karton in te kleine en volle papierbakken stampen, gebogen dus. Daar heb ik een filmpje van, bedenk ik nu, omdat het een daad van agressie was, uitgevoerd door een agressieloze man. Alle agressie zat ín de daad. Dat kan dus, een handeling laden met een emotie die je op dat moment zelf niet voelt of uitstraalt.
 
‘Spreek je latijns? Dat zeggen ze weleens hè,’ vertelt de klant.
‘Wie?’ vraagt Hans.
‘Als je iemand homo noemt. Of je latijns spreekt.’
‘Wat?
‘Want homo is in het latijns broer.’
 
Hans reageert niet echt meer. Het is ook allemaal zo onduidelijk. Vis, Volendams, homo’s, latijnse broers. Je kroketten liggen erin, zal hij denken. Laat mij m’n haringen schoonmaken.
 
‘Wat kan ik voor u doen?’ vraagt de verkoopassistente me dan. Vriendelijk, zoals altijd.

DJ Ten Walls aan diggelen

Status is een vluchtig begrip. Zeker tegenwoordig, nu een daad of uitspraak binnen luttele minuten een wereldwijd publiek vindt, is de opbouw of afbraak van een reputatie geschied voor je kunt zeggen ‘ja maar hé wacht eens even!’ Zelfs als je de kans krijg dat te zeggen, bijvoorbeeld na een onhandige uitspraak over homo’s, is het vaak al te laat. Het web heeft zijn klauwen erin gezet en je onachtzaam uitgesproken woorden als spinneneitjes over de surfpopulatie uitgeworpen.

Laatste slachtoffer van dit virtuele domino-effect is Litouwse dj Ten Walls, die op zijn Faceboopagina vergelijkingen trok tussen homoseksualiteit en het kindermisbruik in de katholieke kerk. Ook citeerde hij zichzelf uit een gesprek met een collega waarin hij diegene een voorstelling maakte van de onaangenaamheid van de uitgerekte brownie van zijn zoon. Met brownie bedoelde hij niet het chocoladecakeje, maar de anus. Verder kwalificeerde hij homo’s als toebehorend aan een ander ras, iets wat in de jaren ’90 nog gewoon gerepareerd kon worden. Ik heb geen idee wat hij met dat laatste bedoelt, maar heb het vermoeden dat de subtext niet per se vleiend is voor diegenen met liefde voor hetzelfde geslacht.

Later, toen het al te laat was, bood Ten Walls – echte naam Marijus Adomaitis – zijn excuses aan voor het bericht, en sprak hij zonder zijn woorden terug te nemen van een misverstand. Nog later, toen al zijn boekingen voor deze zomer waren gecanceld en hij massaal werd gehaat, schreef hij het volgende:

‘Last week I wrote a Facebook post that was wrong and completely out of character and the result was a badly written post that was unacceptable. It was never my intention to offend anyone. I’m really saddened by everything that has happened and I would like to apologise to everyone I’ve let down, especially to my friends in the gay community, and my fans.
I now need to take a break and have cancelled my upcoming shows.’

Hij zegt dus zelf zijn shows geannuleerd te hebben, maar dat maakt verder niet zoveel uit. Dat deze man een probleem heeft, is duidelijk. Dat deze man dingen denkt die vast door nog veel meer mensen worden gedacht, maar hij ze op Facebook zet, is gewoon heel dom. Dat de wereldwijdewebwereld hem vervolgens verketterd is te verwachten, want zo gaat dat de hele tijd, maar ook behoorlijk irritant en overtrokken.

Elke malloot heeft vandaag de dag een platform om zijn doen, laten en denken voor het voetlicht te brengen en dat blijkt vaak (terugkijkend) helemaal niet zo’n goed idee, vraag maar aan Marijus. Het bood hem de mogelijkheid zijn foute ideeën over homoseksualiteit de wereld in te slingeren, ontegenzeggelijk een kwalijke zaak. Maar net zo kwalijk is de collectieve veroordeling van de man in de media en social community. Pitch was het eerste festival dat hem van de artiestenlijst schrapte, de rest kon toen niet achterblijven. Het is begrijpelijk dat ze dat doen, maar de ‘holier than thou’-toon van de persberichten doet het lijken alsof Ten Walls de eerste man in de geschiedenis is die dit soort dingen heeft gezegd. Alsof discriminatie niet ook op die festivals zelf voorkomt. Alsof Ten Walls de verpersoonlijking is van de anti-homo, op het moreel kuise volk losgelaten om zelf het platform te betreden en haar eigen waarden als gesmolten kaas over guitig knikkende medestanders heen te gieten.

Want dat is wat er gebeurt. Een zogenaamd prominent figuur zegt iets doms en/of beledigends en de dappere moraalridders slijpen hun zwaarden in hysterie. De kranten duiken er massaal op, collega-muzikanten bestormen Twitter om hun afkeer uit te spreken en de Nederlandse dj Job Jobse plaatst een foto op Facebook van een kapotgeslagen LP van zijn voormalige buddy. Verbolgen fans deleten Litouwse MP3’tjes en laten geen kans onbenut om hun afschuw uit te spreken over dit verschrikkelijke mens, deze wanstaltige samenballing van verrotte humaniteit. Alle frustratie en woede over de verschrikkingen van millennia aan discriminatie worden op deze tien muren botgevierd en zijn carrière wordt met een sloopbal van hashtags aan diggelen geslagen.

Marijus heeft domme dingen gezegd. En het was nog dommer dat hij ze op Facebook zette. Maar dat is wat hij is: een domme dj. Geen Imam of Minister-President, ook al doet de media-aandacht anders vermoeden. Zoals ene Jeffrey op Facebook tegen Job Jobse zegt als reactie op de kapotte plaat: ‘Leuk een plaat stuk gooien, maar bel hem op, vraag om zijn verhaal. Lukt jou vast wel. Ga in gesprek, misschien komt er iets positiefs uit. Dit is te gemakkelijk.’