The Sopranos

The Sopranos is een van de beste, zo niet de beste televisieserie ooit gemaakt. Mijn voorkeur voor die eretitel gaat naar The Wire of Breaking Bad, maar The Sopranos ‘is up there’, en de rol van James Gandolfini als Tony Soprano, een door psychische demonen geteisterde maffiabaas en vader, is een legendarische. Tot zover niets nieuws.
 
Pas een paar jaar geleden begon ik aan de serie, lang nadat de hype was gaan liggen. Hypes hebben vaak een averechtse werking op me. Als iedereen iets wil, wil ik het juist niet, of pas als de honger van de massa gestild is. Dan kan ik er in relatieve anonimiteit van genieten, alsof de serie, film of muziek speciaal voor mij is gemaakt. Misschien een tikje megalomaan, maar pas dan is er de ruimte om een persoonlijke relatie aan te gaan met het werk.
 
Hoe persoonlijk zo’n relatie kan worden bleek vannacht, toen ik droomde dat ik The Sopranos opnieuw zou gaan kijken. De serie stond inmiddels op Netflix, dus het was makkelijk, en stelde me in de gelegenheid om mensen die de serie nog niet hadden gezien ervan te overtuigen hem ook te gaan kijken. Het voelde alsof ik de eerste en enige was die het ooit gezien had. Alsof ik het had ontdekt en mijn kennis gul wilde delen met de wereld, misschien wel om een hype te creëren, ironisch genoeg.
 
Het was een genot om Tony Soprano weer te zien. Ik hoopte dat hij me zou herkennen, dat hij zich bewust zou zijn van onze persoonlijke band, en dat het herkijken van de serie daarmee een diepere ervaring zou worden. Ik keek hem aan, de veel te vroeg overleden James Gandolfini, en gebaarde met mijn wenkbrauwen ‘Ik ben terug’. James reageerde niet. Hij speelde zijn scène, als Tony, als werk, wat het voor James ook was.
 
Ik hoopte op een later moment, in een andere scène, weer een moment van herkenning met hem te beleven, maar het kwam er niet. Het was gewoon ik die The Sopranos keek, voor de tweede keer, zonder enige erkenning van de cast of crew, die ik ook dit keer niet ontmoette. Ik had geen backstage pass, geen toegang tot hidden content. Het was gewoon The Sopranos, maar dan fragmentarisch, in een onbevredigende droom, zoals dromen vaak zijn.
 
En nu loop ik vast. Ik zie het punt van mijn schrijven niet. Wat probeer ik over te brengen? Waarom voel ik de drang dit te delen? Is het omdat ik de droom beter wil begrijpen, of omdat ik in mijn leven te veel beelden tot me heb genomen en ze me op latere momenten meevoeren naar de door hen verbeelde wereld, waarin ik misschien wel zou willen bestaan? Leven in vleesgeworden fictie, of juist in de gescripte realiteit – een controleerbare wereld.
 
Of misschien – misschien wel sowieso – werd ik eraan herinnerd hoe goed The Sopranos was. Is. James is weg, maar de beelden blijven. Gaat dat zien, juist nu niemand het er meer over heeft.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.