Gevoelsarchief

Vannacht droomde ik dat ik een geschiedenisproefwerk had waarvoor ik niet had geleerd. Dat is ook weleens in het echt gebeurd. In de droom had ik hetzelfde gevoel dat ik toentertijd in de klas had. Bang zijn betrapt te worden omdat je weet wat je niet weet.

Er waren ook kinderen die opschepten over het niet leren van toetsen, zo’n kind was ik niet. Ik maakte mezelf klein achter mijn tafel en hoopte dat het zou meevallen. De blik van de leraar ontweek ik als hij de verse antwoordblaadjes uitdeelde. Die blaadjes kwamen altijd eerst. Dan de toets. Hopen dat het meevalt en dat het dan niet meevalt. De per vraag afbrokkelende hoop. Soms kon ik met mijn schrijfskills om de vraag heen schrijven. Of om het antwoord heen, want dat wist ik niet. Maar vaak lukte dat niet en devolueerde de hoop al gauw tot wanhoop.

De paniek die ik in de droom voelde bij het initiële scannen van de vragen was precies de paniek van vroeger. Dat sla je dus allemaal ergens op. Zou elk gevoel dat je ooit hebt gehad in een mentaal laatje zitten? Is ons lichaam niet alleen dat, een lichaam, maar ook een gevoelsbibliotheek? Een emoseum.

Tijdens therapie kwam dit vaak ter sprake. Gevoelens als angst en verdriet, waar je in je leven ‘tegenaan loopt’, zijn oud. Je reageert dus eigenlijk niet op wat je op dat moment ziet, meemaakt of overkomt, maar op iets van vroeger. Het gevoel is associatief en geeft dus niet per se een waardeoordeel over je leven op dat moment.

Dit is ingewikkeld, want hoe verhoudt je gevoel zich dan tot de actualiteit? Ontstaat de paniekaanval in de lift daar op dat moment door de kleine, afgesloten ruimte waarin je je bevindt, de kwijlende, roodogige poedel en zijn naar rotte kiwi stinkende baasje naast je, of heb je als kind een keer vastgezeten op een wc met daarin een kiwi? (Misschien blafte er ergens een hond.)

Therapie helpt je hier een antwoord op te vinden. Niet op de vraag waarom die kiwi in de wc ligt of waarom de poedel bezeten is door de duivel, maar of je angst oud of nieuw is (spoiler: hij is altijd oud).

Ik maakte het proefwerk, zoals ik dat vroeger in het echt ook altijd deed, naar beste kunnen. Er waren ook leerlingen, weer anderen dan de opscheppers, die ook niet hadden geleerd of het niet snapten en dan gewoon maar niks invulden. Die hun pen neerlegden, het blaadje naar voren schoven en achterover gingen zitten met hun armen pontificaal over elkaar, alsof ze de leraar iets verweten. Die deed ook maar z’n werk.

Ik schreef het blaadje vol, júíst als ik de antwoorden niet wist. Ik schreef tegen de paniek in, in een poging het gevoel te onderdrukken. Misschien doe ik dat nog steeds.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.