Dode kikkers

Mijn vriendin en ik waren een weekendje naar Brabant. Gewoon, nog even lekker met z’n tweeën, voordat we gaan verhuizen, voordat baby twee komt en het nooit meer kan. Ze was ook jarig geweest. En misschien was het ook dat ik haar nog even wilde meenemen ter compensatie van mijn solotrip naar New York, begin februari. Hoe dan ook, we waren in Baarle-Nassau, dat in Nederland ligt en grenst aan Baarle-Hertog, dat in België ligt, maar niet over de Belgische grens. Het is een Belgische enclave in Nederland, waarvan er in dat gebied nog veel meer liggen en wat ik kennelijk nooit heb geleerd op school.

Wat ik nog meer nooit heb geleerd is dat er ook exclaves zijn, enclaves ín de enclaves, stukjes Nederland in stukjes België in stukjes Nederland dus. Het gebied is ervan vergeven en de grenzen lopen bij veel mensen dwars door de huizen heen. Je kunt dus in Nederland tv kijken en in België naar bed gaan, in België een drol draaien en in Nederland de afwas doen. Ik vraag me af wat dat betekent voor het tv-programma-aanbod of de belastingen, maar die vragen heb ik daar verder niet hardop gesteld. Dat doe ik vaak expres, zodat het mysterie standhoudt.

Eerst wilde ik dit hele stukje wijden aan het fenomeen van de exclave – en het leren van een nieuw woord -, maar toen de zwemvijver van ons hotel vol bleek te liggen met dode kikkers verschoof de aandacht. Ik ging heus niet zwemmen, daarvoor was het nog te koud, maar het was toch akelig en raar. Ze lagen op hun rug, buik, met de pootjes gestrekt en/of de kop begraven in het slib. Alsof de climax van Magnolia (Paul Thomas Anderson, 1999) hier was opgenomen en men na afloop niet had opgeruimd. Een heus onderwater kikker massagraf was het, een lugubere aanblik, versterkt door de aanwezigheid van nog slechts één levende kikker, die in doodse stilte tussen zijn dode soortgenoten leek te wachten op het ook voor hem onvermijdelijke einde.

Mijn vriendin vond het ook akelig en raar, maar zij heeft een springlevende baby in haar buik om zich mee bezig te houden. Die baby houdt mij natuurlijk ook bezig, zeker tijdens een Zen-weekend met z’n tweeën, maar een sloot dode kikkers zet me toch aan het denken. Zo dacht ik aan de eigenaars van het nog relatief nieuwe hotel en vroeg ik me af of zij een hand in de kikkersterfte hadden gehad. Ik vroeg me vervolgens af wat dit zou kunnen betekenen voor ons verblijf. Ik vroeg me af of ik het misschien gewoon aan ze kon vragen en ze met een logische verklaring zouden komen, of dat mijn vraag ze juist zou aanzetten tot het kikkermoordende gedrag waarmee ik ze had geconfronteerd.

Om de kat niet op het spek te binden zou ik de vraag pas bij het uitchecken stellen. Toen bleek niemand iets van kikkers te weten, dood noch levend. Wel hadden ze laatst een hert gezien. Een groot, grazend hert. Dat vonden ze gaaf.

En de kikkers? Die zouden ze van de week wel efkes met een netje uit het water vissen.

Delon:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.