Das ist mir Egel

Als freelancer werk ik veel thuis. Ik ben dan alleen en er gaan soms uren voorbij dat ik niet praat. Toegegeven, de laatste maanden was dit zelden aan de hand, met een nieuwe baby en het verlof van mijn vriendin, maar afgelopen week had ik weer eens zo’n dag waarop de stilte slechts wordt verbroken door het getik van mijn vingers op het toetsenbord.

Aan het einde van een thuiswerkdag kom ik er dan achter dat ik mijn stem niet heb gebruikt en maak ik me even zorgen of hij nog wel werkt. Ik werk ook weleens op plekken, zogenaamde werkplekken, en op die plekken zijn ook andere mensen, maar die ken ik niet en dus spreek ik ze niet. Mijn spraak beperkt zich dan tot het bestellen van koffie of een tosti. Te mager bewijs van een volledig stembereik.

Deze thuiswerkdag, die van afgelopen week dus, was ik extra lang alleen omdat mijn vriendin met onze zoontjes bij haar ouders was. Ik werd niet gebeld, was niet buiten geweest en had niemand gezien. Als ik die dag niet had bestaan had niemand het opgemerkt.

Vanwege al deze dingen besloot ik ’s avonds even in de tuin te gaan zitten. Frisse lucht leek een goed idee. Ik trok een biertje open en hoorde wat gescharrel in de bosjes. Niet veel later zag ik een egeltje op het gazon verschijnen. Een dik, klein, waggelend stekeldiertje, op zoek naar eten.

‘Hé egeltje,’ zei ik.

De egel stopte even met scharrelen en stak zijn spitse neus omhoog, alsof hij mijn woorden probeerde te ruiken. Hij knikte, ter erkenning van mijn aanwezigheid, en begroef zijn neus weer in het gras.

‘Zeg, egeltje,’ ging ik verder. ‘Wist je dat je met een jaar lang niet autorijden, geen vlees eten, wel recyclen, lokaal voedsel eten en spaarlampen gebruiken maar ongeveer de helft van de CO2 uitstoot van een retourtje Bali bespaart?’

Het egeltje stopte weer met scharrelen en keek me verbouwereerd aan. Toen schudde hij langzaam zijn hoofd.

‘Wist je niet hè? Zo slecht is vliegen dus voor de wereld.’

‘Pfff…’ deed de egel, die ineens geen zin meer leek te hebben om verder te scharrelen.

‘Wat ik me wel altijd afvraag bij dat soort onderzoeken, egeltje, is of de uitstoot van een vlucht volledig wordt toegeschreven aan één passagier, of dat die eerst door het gemiddeld aantal passagiers van een vlucht naar Bali wordt gedeeld.’

De egel haalde zijn schouders op, mits hij die had.

‘Ik bedoel: ja, je bent als individuele passagier verantwoordelijk voor de uitstoot van je vlucht – het is jouw uitstoot -, maar ook die van 200 anderen, snap je?’

De egel knikte.

‘Fijn dat we het eens zijn, egeltje. Ik zal het eens uitzoeken.’

De egel keek om zich heen, zo van: ‘Kan ik nu weer verder?’.

Ik knikte en hij vervolgde zijn zoektocht.

‘Gelukkig,’ dacht ik. ‘Mijn stem werkt nog.’

Delon: