Snoep is lekker zoet

Mijn zoontje van 3,5 komt naar me toegelopen en ik knijp ‘m al meteen want ik wil niet meer over dinosaurussen praten. Ik kan het niet meer. Hij kan het wel en het is enige wat hij wil. Hij wil vooral steeds over dezelfde dinosaurussen praten, over dezelfde aspecten ervan, de hele tijd. Hij wil er vragen over stellen, dingen over vertellen, verzinnen, ze maken van Duplo, boetseren van klei, tekenen op papier, ze uitknippen en er dan mee spelen, met al die verschillende gemaakte en verzonnen verschijningsvormen van dino’s. En hij wil dat allemaal met mij, of met degene die op dat moment met hem in een ruimte is.

Ik zet me schrap voor zijn vraag of het tegenovergestelde daarvan, wanneer hij begint met ‘Weet je…’ en me dan iets vertelt wat ik wel of nog niet weet. Maar dat maakt verder niet uit, mijn al aanwezige kennis, want vertellen zal hij het me. En dat is natuurlijk ook hartstikke mooi en leuk, maar ook… naja, eentonig. Want ze zijn al heel lang dood hè, die dino’s. Er gebeurt weinig meer mee.

Hoewel, nee, dat is niet waar. Dat is juist de paradox van dino’s, dat ze al heel lang niet meer bestaan, maar nog steeds evolueren omdat wij steeds meer over ze te weten komen. Dat het eigenlijk gewoon uit de klauwen gelopen kalkoenen waren, bijvoorbeeld, met veren. Maar dat zeg ik niet, want dan krijg ik een triceratops in mijn oog.

‘Snoep is lekker zoet,’ zegt hij met een aardbeienschuimpje tussen zijn vingers. Hij neemt er een lik van.
‘Dat komt door de suiker,’ leg ik hem ongevraagd uit, opgelucht dat ik niet voor de 700ste keer hoef te vertellen hoe de dino’s aan hun eind kwamen.
‘Dat is heel lekker,’ reïtereert hij zijn stelling.
‘Ja, maar het is niet zo gezond,’ probeer ik mijn uitleg te verduidelijken, nog steeds ongevraagd, maar vanuit de behoefte hem de keerzijde van lekkere dingen te leren. Dat is het ouderschap vaak; keerzijdes belichten.
‘Nee?’ vraagt hij kinderlijk naïef, waar hij als driejarige volledig mee wegkomt.
‘Ik zal je iets uitleggen,’ zeg ik, tamelijk belerend. ‘Sommige dingen zijn lekker én gezond, zoals aardbei, tomaat en peer. Sommige dingen zijn niet lekker maar wel gezond, zoals spliterwten en witte bonen, en heel veel dingen zijn lekker en niet gezond, zoals snoep, chips en koekjes.’

Het blijft even stil. Mijn zoon kijkt me niet aan, want hij kijkt naar zijn schuimpje. Hij concentreert zich volledig op de volgende lik. Hij laat de artificiële aardbeiensmaak nogmaals goed op zich inwerken, kijkt naar me op en heft zijn nog vrije vinger waarschuwend in de lucht.
‘En nu zal ik JOU iets uitleggen,’ zegt hij krachtig. ‘Ik ben DOL op snoep en ik vind het SUPERlekker!’

Hij stopt het hele schuimpje in zijn mond en beent weg. Volgende keer hebben we het wel weer over de lokroep van de parasaurolophus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.